Zuivering

Een leidingstelsel vervoert het ruwwater van de bronnen naar de zuiveringsinstallatie. De zuiveringsinstallatie kan een open zuiveringsinstallatie zijn (William Kraanplein, van Hattemweg) of gesloten middels ketels (Flora, Leysweg, Livorno, Blauwgrond). Op andere plaatsen is er sprake van een combinatie (Republiek, Helena Christina).

In de zuiveringsinstallatie wordt het water allereerst belucht. Het water wordt in contact gebracht met zuurstof in een sproeiruimte of cascade. Hierdoor treden er veranderingen op in de samenstelling van het gewonnen water.

Het in het water opgeloste ijzer en mangaan oxideert waardoor het een affiltreerbare vorm krijgt. Ook kunnen in het water opgeloste gassen zoals zwavelstof, stikstof, methaan en organische verbindingen ontsnappen. Vervolgens gaat het water naar een zandfilter. Hier blijven de stoffen die in de sproeiinrichting uitgevlokt zijn, in het zandbed liggen. Alleen het water sijpelt door het zandbed naar beneden en wordt daar weer opgevangen.

[Klik op foto]


Daarna wordt het water door een schelpenbed geleid. Hierdoor wordt het water ontzuurd. Het water wordt minder ‘hard’. Na het schelpenfilter komt het water in de reinwaterkelders terecht waar het wordt opgeslagen voor distributie.